Na uren samen, bussen in de buitenwijken van Kessel-Lo verdelen mijn man en ik onze krachten. Hij gaat naar oma en ik naaar het wereldfeest op de Bruul in Leuven. Met het goede weer is er nog meer volk dan anders en is de dorst ook groter dan anders. De tappers zullen het geweten hebben: de schenkers van frisdranken (de fruitsappen van de Wereldwinkels beleefden een hoogdag) konden het tempo nauwelijks bijhouden, hoewel de vier schenkers alleen de glazen vulden die door weer anderen aan de vrouw of man werden gebracht. Na een tijdje werd het soms lastig de doppen van de flessen geopend te krijgen. Na een anderhalf uur werden we gelukkig door een andere ploeg afgelost.
Mijn dochter, haar man en de twee kindjes waren uit Herent naar Leuven afgezakt om mee te genieten van dit kleurrijke feest. Senne vond volop zijn gading in de speeltuin, terwijl kleine Lou het nodig vond een steentje in zijn neus te steken. De post van het Rode Kruis kwam erbij te pas om het ding er weer uit te peuteren.
Ik vond het opvallend te zien hoeveel mensen van verschillende herkomst en cultuur op het gebeuren samen waren; vroeger bleef het in sterke mate een blank feest. Nu draagt het volkomen terecht zijn naam van wereldfeest.
